Strategie├źn voor een beter zelfbeeld

Een kind met FASD heeft vaak een lage dunk van zichzelf en weinig zelfvertrouwen. Hier volgen een aantal tips om dat te verbeteren.

Vertel je kind hoe fantastisch je hem vindt.

Misschien denk je dat je kind wel weet hoe veel je van hem houdt en hoe geweldig je hem vindt. Je kind heeft het nodig dat je het steeds maar weer tegen hem zegt. Vertel het hem b.v voor de spiegel. Juich samen: Mamma vindt je lief! Hoera!! Ik doe goed m'n best, hoera!! Ik ben de beste tandenpoetser van de wereld, hoera!! Ik kan al m'n rits vastmaken, hoera!!

Focus op wat het kind kan en niet op wat het niet kan.

Als je kind er steeds op geattendeerd wordt dat het iets niet kan, zal het gefrustreerd raken. Erop wijzen wat het wel kan helpt hem daarvan te genieten.

Vermijdt mislukkingen.

Als je ziet dat je kind iets wil ondernemen dat tot mislukken gedoemd is, kun je nog bijtijds bijsturen. (Ipv een puzzel van 100 stukjes eentje van 24 of 48 stukjes.)

Verwacht niet teveel.

Als je kind steeds merkt dat hij niet kan voldoen aan je verwachtingen dan kan dit erg veel frustraties opleveren en het gevoel van minderwaardigheid doen toenemen. Als je kind bijv. met uiterste inspanning erin is geslaagd zijn laarzen goed aan te doen dan wil dit niet zeggen dat hij dit nu dus altijd zelfstandig kan doen.

Maak een "Dit doe ik goed boek."

Maak van losse A4-tjes een boek en neem voor elke dag een bladzijde. Bedenk elke avond samen met je kind wat die dag heel goed ging. Schrijf dit op of laat het kind dit tekenen. Denk aan: Ik heb me zelf aangekleed, zonder boos te worden. Of: Ik ben tijdens het eten niet een keer van m'n stoel af geweest. Laat samen met je kind dit boek eens aan juf lezen of aan oma.

Neem kleine stappen.

Je kind heeft snel de indruk dat hem niks lukt. Laat hem nieuwe dingen leren door hele kleine stapjes te nemen. Bijv. Leren zelf aankleden: Eerst alleen de onderbroek, bij de rest helpen. Later een kledingstuk extra laten aantrekken. Leg alle kleren steeds op dezelfde vast volgorde klaar. Wil je het kind leren met een mes te snijden, leg dan eerst alleen maar het mes naast z'n bord. Laat hem in de stap daarna alleen hele simpele dingen snijden, zoals een visstickje, maak het steeds een klein beetje moeilijker.

Voer een beloningensysteem in.

Wil je het kind iets leren dat moeilijk lukt en dat voor veel frustratie zorgt, voer dan een systeem van beloningen in. Je kunt stickers op een vel plakken voor elke "goede poging" en het kind met iets leuks belonen na 10 stickers of een beloningendoos invoeren. In de doos kun je kleine cadeautjes zoals stickers, pennen etc. doen en bijv. een tegoed bon voor een half uur extra opblijven, of een voorleesverhaal, enz. Elke beloning zal zijn gevoel voor eigenwaarde verbeteren en hem stimuleren te leren.

Overleg met school over het tempo van leren.

Als op school het tempo van dingen aanleren te hoog ligt, zal je kind zich thuis gaan afzetten en gefrustreerd raken door de kleinste dingen. Overleg met school en vertel hoe je kind zich thuis gedraagt.

Oefening baart kunst.

Verwacht je een situatie die het kind al een poosje niet heeft meegemaakt, oefen deze dan van te voren. Je kind zal stralen als hij complimentjes krijgt over z'n gedrag of omdat hij precies weet hoe hij zich moet gedragen. Bijv. het gaan naar een jarige: oefen het feliciteren en het overhandigen van het cadeautje. Of: Hoe wens je elkaar gelukkig nieuwjaar? Oefen het handen schudden en "Gelukkig Nieuwjaar" zeggen, met de kus erbij voor opa en oma.