Strategieën voor betere communicatie

Niek (3 jaar oud) komt in de keuken. Mamma eet een stukje chocolade. Niek lust dat ook erg graag. Niek staart mama aan, maar zegt niets, gebaart niet, maar draait zich om en loopt de keuken uit zonder emoties te tonen.

Mama zegt "Handen wassen, we gaan eten!" Willem begint te huilen. Het blijkt dat Willem zijn handen al heeft gewassen maar niet wist hoe hij dit moest zeggen. In de war begon hij te huilen.

"Mama…………ach laat maar." Een gevleugelde uitspraak van Freddy. De vraag is al verdwenen voordat hij gesteld is.

John, 6 jaar, komt bij mama en vraagt direct na het avondeten op boze toon: "Mama, ik mag zeker weer geen tv kijken." En dat terwijl hij elke avond na het avond eten even tv mag kijken!

Kinderen met FASD vinden het vaak moeilijk eenvoudige dagelijkse zaken te verwoorden. Ze kunnen dan boos of gefrustreerd raken of gaan huilen, omdat ze niet weten hoe ze iets moeten vragen. Wij kunnen als ouders hen helpen door hen te leren spreken of gebarentaal te gebruiken. Hier volgen enkele ideeën die helpen het probleem te ontdekken en ideeën om het kind te leren communiceren. Onthoudt goed dat kinderen met FASD vaak moeite hebben met generaliseren. Je moet dus vaak en in steeds wisselende situaties oefenen. Bv. vraag aan mama, vraag de leerkracht of de oppas in soortgelijke situaties.

Krijgen wat je wilt hebben.

Zet een favoriet speelgoedje boven op de kast waar het kind het kan zien maar niet aanraken. Wijs het kind erop en leer het kind ernaar te vragen.

Keuzes maken.

Leg twee dingen (boekjes, T-shirts, snoepjes) voor het kind. Zeg: "Welke wil je?" Leer het kind te zeggen: "Deze wil ik" of aan te wijzen welke het wil.

Verstoppertje.

Verstop iets dat het kind nodig heeft (bv. lepel, jas, stiften). Leer het kind te vragen: "Waar is………?" Maak er een spelletje van door samen te zoeken.

Leren zeggen: "Ik heb dat al gedaan."

Nadat het kind een beker melk heeft leeggedronken zeg je: "Drink je beker leeg." Leer hem te zeggen: "Ik heb mijn melk al op."

Om hulp vragen.

Trek de stekker uit de tv of de computer als het kind niet kijkt. Help het kind door te leren zeggen: "Wil je me helpen want het lukt me niet."

Dit wil ik niet.

Leg iets wat het kind niet lust op zijn bordje of geef hem het verkeerde speelgoedje of kledingstuk. Leer hem te zeggen of op een andere manier duidelijk te maken: "Ik wil dit niet maar……"

Om meer vragen.

Geef het kind een bord met maar 3 frietjes of een klein stukje pannenkoek. Als dit op is leer je het kind op een juiste manier om meer te vragen.

Voorkom dat het kind te veel vragen in één keer wil stellen.

Het kind speelt buiten met enkele andere kinderen op de trampoline. Opeens komt het huilend, boos en gefrustreerd binnen. Het kind wil nu te veel dingen tegelijkertijd vertellen en vaak lukt er geen enkele vraag. Help het kind door samen hardop te vertellen wat er zojuist is gebeurd. Probeer als ouder de situatie op te splitsen in kleinere onderdelen. Vraag als ouder: "Wil je hier iets over vertellen?"

Kringgesprek op school.

Iets vertellen in de kring is erg spannend en als het kind aan de beurt is kan het dicht slaan en niets meer weten. Help het kind door bv. 's avonds samen te bedenken wat het de volgende dag op school wil vertellen. Zet hierover iets in het schoolschriftje voor de juf. Enkele steekwoorden zijn meestal voldoende. Het kind wordt net even op weg geholpen met: fiets, hond, pleister.

Communicatie dmv gezichtsuitdrukkingen.

Leer het kind goed te letten op gezichtsuitdrukkingen van anderen. Oefen in de spiegel met boos kijken, huilen, lachen en bang kijken. Zeg steeds: "Kijk eens naar mij: Kijk ik blij of boos? Ben ik nu blij of boos?"

Lichaamstaal.

Gebruik als volwassene altijd de juiste lichaamstaal die past bij de situatie. Op vriendelijke toon en met een neutraal gezicht zeggen: "Ik ben nu erg verdrietig omdat je de vaas hebt stuk gemaakt" werkt niet. Laat lichaamstaal, gezichtsuitdrukking en de manier van spreken altijd met elkaar overeenkomen.