Strategieën voor meer structuur
Een FASkind gedijt het beste bij een goede structuur. Biedt die structuur op
alle terreinen die je maar kunt bedenken.
De ruimte waarin het kind vaak zijn huiswerk maakt moet prikkelarm
zijn. Ramen, tekeningen aan de muur, storende geluiden, etc. zijn prikkels die
het kind afleiden. Streef naar een omgeving die sfeervol is maar veiligheid en
rust uitademt. Denk aan een rustgevende kleur, gebruik goed licht. Te weinig
licht bevordert de concentratie niet, te veel licht is ook niet goed.
Richt in huis een aparte ruimte in die prikkelarm is. Het biedt je kind een
plek om tot rust te komen.
Biedt duidelijke regels aan. Regels en instructies moeten kort en helder zijn
en steeds opnieuw worden aangeboden. Bedenk een aantal basisregels, die
altijd gelden en bespreek de consequenties van het overtreden van de regels.
Herhaal de regels regelmatig, ga na of ze begrepen worden, en wees zeer
consequent bij overtredingen. Bedenk zelf regelmatig of er niet teveel regels
zijn en of er overbodige regels zijn.
Laat elke dag hetzelfde verlopen. Biedt een duidelijke structuur in tijd.
Houdt enkele dagen bij hoe de dagindeling verloopt. Maak hieruit een duidelijk
dagritme en houdt dat vast. Een boekje over de dagindeling uit de bibliotheek
werkt vaak onvoldoende.Maak met foto's een dagschema. Zet je kind met de
tandenborstel, je kind met een boterham aan tafel, je kind bij school, je kind bij
de zwemclub etc. op de foto. Gebruik een klok en geef op het dagschema de
tijden aan. Gebruik de eierwekker voor computertijd, douchetijd etc.
Je kind heeft moeite de ware aard van dingen te doorgronden.
Gebruik daarom zoveel mogelijk natuurlijke materialen. Materialen die er zacht
uitzien moeten ook echt zacht zijn, materiaal dat er uit ziet als hout moet ook
echt van hout zijn. Zorg dat er verschillende materialen worden aangeboden.
Gebruik het materiaal waar het voor bedoeld is.
Geeft spullen een vaste plaats.
Geef het kind een vaste plek aan tafel en op de bank.
Geeft duidelijk aan waar de ruimte voor gebruikt dient te worden. Auto's
niet op de salontafel, maar op het wegenkleed. Speelgoed niet in de badkamer.
Puzzels op de grote tafel. Eten aan de grote tafel en niet op de bank voor de
tv.